O, hunkerend hart – Editio Debutantenschrijfwedstrijd

O, hunkerend hart

O, hunkerend hart
Wanneer neemt gij me mee en
Brengt gij me in vervoering?
Ik wil dat mijn hart trilt in zijn bedding
Dat de ziel ontvlamd raakt en blijft
Dat mijn Hart mij nimmer vergeet
Alsmede de mooie zaken
Die geleefd mogen worden

O, hunkerend hart
Vertelt u mij of ik kan gaan lonken
Als de Liefde mij nadert
Dan doe ik mijn uiterste best
Om deze Liefde in mijn netten te strikken
Deze in te bedden
In de kamers van mijn zoekende hart

O, hunkerend hart
Uw Licht is zowat uitgedoofd
Zonder Liefde kunt gij toch niet leven?
Als voeding voor uwer hart en ziel
Blijft ontbreken
Zal ik de Liefde dienen te koesteren
Wil deze mijn ziel kunnen bereiken

O, hunkerend hart
Ben ontvankelijk
Alras treedt de Liefde uw nader
Waarom weent gij nou o hunkerend hart?
Nu gij weet dat er Liefde op komst is?
Is dit van vreugde of van verdriet?
Of is het verschil uw eender?

O, hunkerend hart
Denkt aan uwer innerlijk Licht
Gij kunt de Liefde niet laten passeren
Daar gij bang bent
Om uwer gevoelens te doen tonen
Gij ontneemt daarmee uwer zelf
De kans op liefdesgeluk

O, hunkerend hart
Wanneer bent gij getrouw aan uwer zelf?
Dat gij beseft dat de Liefde onontbeerlijk is
Om uw honger naar vreugde te doen stillen
Gij kunt wel blijven wenen
Uwer zelf laten inpakken door hetgeen gij vreest
Dan is uwer kans op geluk alras bekeken

O, hunkerend hart
Bijaldien sijpelt het door
Dat gij zonder pure Liefde
Uwer zelf niet ten volle kunt doen leven
Zolang gij uwer zelf blijft verstoppen
Daar liefdevolle zaken
Uwer angst inboezemen

O, hunkerend hart
Kijkt gij toch eens naar uwer zelf
Gij bent uitgehongerd en ingebed in leegte
Bijgeval krijgt gij door
Dat gij Liefde tot uwer zelf dient te laten komen
Opdat het gemis eraan
Uw lichtje uiteindelijk doet doven

O, hunkerend hart
Gaat gij met leden ogen aankijken
Hoe deze grootse Liefde
Uwer zelf doet voorbij snellen
Zolang al uwer mogelijkheden
Op een vreugdevol bestaan
In de kiem gesmoord worden

O, hunkerend hart
Uw ziel wil leven
Begrijpt gij dat nog niet?
Liefde dient geleefd te worden
Alsook een ziel
Gij kunt mede uwer ziel niet doven
Hetgeen funest zou zijn

O, hunkerend hart
Beziet toch verder dan uwer zelf
Uwer innerlijke ik wil voelen
Nog thans weggestopt en niet geleefd
Waarom bent gij zo koppig?
Neemt gij de Liefde niet tot u
En leeft gij deze niet?

O, hunkerend hart
De Liefde wandelt voorbij
Als gij niet snel, zuchtend wakker wordt
En uwer ogen opent
Ziet gij niet hoe schoon deze Liefde is?
Deze laat gij toch niet lopen?
Ontwaakt uwer zelf lief hart

O, hunkerend hart
Ik kan het verder niet meer aanzien
Gij kwelt mij zo
Ik ben uw Liefde in uw bestaan en
Gij erkent mij niet!
Snelt uwer zelf nader
In een rasse tred ben ik passerende

O, hunkerend hart
Ik zet zelf de kier maar open
Gij ongevoelige spier
Ik ga deze kans niet missen
En laat de Liefde bij mij binnen
Het leven in de kamers
In de bodem van uwer hart

O, hunkerend hart
Ik, uwer ziel, wil sprankelen
De Liefde tot zich laten komen
Voelen, koesteren en (be)leven
Daarom zet ik jou thans buitenspel
Wil ik mijn ziel doen leven
Ik opteer voor vreugde alom

Hunkerende hartengroet, B Engeltje


En zie hier de prachtige oud Hollandsche uitvoering van Hunkereent hart (dankzij Google!)

O, hunkeerent hart
Wanneer neemt gij me mee ende
Brenght gij me in vervoeringh?
Ick wil dat mijn hart trilt in sijn beddingh
Dat de siel ontvlamt raekt ende blijft
Dat mijn Hart mij nimmer vergeet
Alsmede de moije saecken
Die geleeft moogt worden

O, hunkeerent hart
Vertelt u mij off ick kan gaen lonken
Alsch de Liefde mij nadert
Dan doe ick mijn uijtersgte best
Om desche Liefde in mijn netten te stricken
Deze in te bedden
In de kamersch van mijn soekende hart

O, hunkeerent hart
Uw Ligt sijt sowat uijtgedoofd
Zonder Liefde kunt gij togh niet leven?
Alsch voedingh voor uwer hart ende siel
Blijft ontbreken
Zal ick de Liefde dienen te koesteeren
Wil desche mijn siel kunnen bereijken

O, hunkeerent hart
Ben ontvank’leyk
Alrasch treet de Liefde uw nader
Waerom weent gij nou o hunkeerent hart?
Nu gij weet dat er Liefd’op komst is?
Isch dit van vreugd’off van verdriet?
Of sijt ’t versghil uw eender?

O, hunkeerent hart
Denkt aen uwer innerlijck Ligt
Gij kunt de Liefde niet laten passeeren
Daer gij bangh bent
Om uwer gevoelensch te doen tonen
Gij ontneemt daermee uwerzelf
De kansch op liefdesgeluk

O, hunkeerent hart
Wanneer bent gij getrouwe aen uwerzelf?
Dat gij beseft dat de Liefd’onontbeerlijck is
Om uw hongher naer vreugde te doen stillen
Gij kunt wel blijven wenen
Uwer self laten inpacken door hetgeen gij vreescht
Dan sijt uwer kansch op geluck alrasch bekeken

O, hunkeerent hart
Bijaldien sijpelt ’t door
Dat gij sonder pure Liefde
Uwer self niet ten volle kunt doen leven
Zolangh gij uwerzelf blijft versgtoppen
Daer liefdevolle saecken
Uwer anghst inboezemen

O, hunkeerent hart
Kijkt gij togh eensch naer uwer self
Gij bent uijtgehonghert ende inghebet in leegte
Bijgeval krijgt gij door
Dat gij Liefde tot uwer self dient te laten koomen
Opdat ’t gemisch eraen
Uw ligtje uijteijnd’leyck doet doven

O, hunkeerent hart
Gaet gij met leden ogen aenkijken
Hoe desche grootsche Liefde
Uwer self doet voorbij snellen
Zolangh alreedsch uwer mog’leykheden
Op eene vreugdevol bestaen
In de kiem gesmoort worden

O, hunkeerent hart
Uw siel wil leven
Begrijpt gij dat nogh niet?
Liefde dient geleeft te worden
Alsoock eene siel
Gij kunt mede uwer siel niet doven
Hetgeen funest sou sijn

O, hunkeerent hart
Beziet togh verder dan uwer self
Uwer innerlijke ick wil voelen
Nogh thansch weghestopt ende niet geleefd
Waerom bent gij soo koppig?
Neemt gij de Liefde niet tot u
En leeft gij desche niet?

O, hunkeerent hart
De Liefde wandelt voorbij
Alsch gij niet snel, sugtent wacker wordt
En uwer ogen opent
Ziet gij niet hoe schoon desche Liefde is?
Deze laet gij togh niet lopen?
Ontwaekt uwer self lief hart

O, hunkeerent hart
Ick kan ’t verder niet meer aenzien
Gij kwelt mij so
Ick ben uw Liefde in uw bestaen en
Gij erkent mij niet!
Snelt uwer self nader
In eene rassche tret ben ick passeerende

O, hunkeerent hart
Ick set self de kier maer open
Gij onghevoelighe spier
Ick ga desche kansch niet missen
En laet de Liefde bij mij binnen
Het bestaen in de kamers
In de bodem van uwer hart

O, hunkeerent hart
Ik, uwer siel, wil sprankelen
De Liefde tot sigzelve laten koomen
Voelen, koesteeren ende (be)leven
Daerom set ick jou thansch buijtenspel
Wil ick mijn siel doen leven
Ick opteer voor vreugd’alom

Hunkeerende hartenghroet, B Engheltje