‘O schoon bloemke

Elk mens, elke mensenziel, heeft zielen (lichtwezens) om zich heen staan die je bijstaan op jouw aardse pad. Jouw leven. Om je te begeleiden, te troosten, tot steun te zijn en hun Liefde aan je te geven. Met hun Liefde je te doen omarmen. Met als doel je aardse leven te verlichten. Alles gezien in het Licht en Liefde van de andere dimensie; de zielenwereld.

Zo staat er sinds een aards tijdje een hofdichter uit de renaissance om me heen, welke me begeleidt bij het transformatieproces hetgeen thans in mijn leven plaatsvindt. Met een komische noot, het is een échte lolbroek, dicht hij me stukken toe die ik op mag schrijven. Omdat ik kan communiceren met zielen uit de zielenwereld. Hij waakt over me als een moederkloek. “Mevrouw, kijkt u even uit…!” Mevrouw, zoú u niet zo hard willen rijden? Ik ben dit niet gewend. Ik word misselijk.” Tot “mevrouw, zou u niet zoveel willen tillen? Kijkt u even uit?” en “mevrouw, zou u niet zoveel willen eten, dadelijk wordt u weer dik”. Niet dat ik me er iets van aantrek! Ik doe toch gewoon wat ik wíl doen! Eigenwijs als ik ben…

‘O schoon bloemke
Wat zijde gij toch triestig
Gij waart alras vol vreugde
Doch gij heeft uwer levensgeluk
Doen kwijtraken
Waarom toch, lief aards zusterke?

‘O schoon bloemke
Gij kwam bijna uit die knop
Die bloem deed uwer zelf zowat ontluiken
Echter door uwer eland, zo pijnlijk
Kunt gij niet uwer zelf doen leven
En dat spijt mij toch zo

‘O schoon bloemke
Ik moest uwer zelf bijstaan
Doch gij was zo druk dat gij mij niet voelde
Al deed ik nog zo mijn best
En holde ik gedwee achter uwer zelf aan
Ik ben blij dat gij mij weer alras hoort!

O schoon bloemke
Ik kijk zo gerne naar uwer bloemke
U bent vol in aardse bloei
Ik verschans mij achter uwer zelf
Zoals uwer zelf mijn woorden adoreert
Adoreer ik uwer schonen bloem

‘O schoon bloemke
Gij bent zo triestig
Dat gaat snel voorbij
Uwer bloem gaat ontluiken
Want deze krijgt speciale voeding
Hetgeen Liefde heet

‘O schoon bloemke
Liefde doet uwer zelf bloeien
Uwer knopje wordt ontluikt
Zal ik er ene liedje bij zingen?
Voordat uwer bloemenpracht
Gaat stralen in Liefde

‘O schoon bloemke
Gij zult niet verschalen
Het universum is druk doende
Uwer kost en voeding veilig te stellen
Uwer ziel heeft honger
Terwijl uwer aanpassing zich verschanst (gij weet wat ik bedoel!)

‘O schoon bloemke
Uwer ziel zal gevoed moeten worden
Terwijl uwer aanpassing schranst
Is uwer ziel aan het verschalen
Zou het niet andersom
Dienen te zijn?

‘O schoon bloemke
Van Liefde heb ik weinig kaas gegeten
Ik keek louter en alleen
Van Liefde kon ik enkel dichten
Maar mijn liedjes wou men niet
Dat terwijl ik zo graag wou zingen…

‘O schoon bloemke
Wat ben ik blij dat gij mij weer ziet
Ik was bang dat uwer zelf mij vergeten was
Nederig met mijn luit, was ik bij uwer zelf
Om uwer zelf te vergezellen op uw pad
Een pad ter transformatie van uwer ziel en aanpassing

‘O schoon bloemke
 Gij valt bijna in slaap
Dat is niet mijn intentie
Batholomeus heeft uwer zelf nog wat te dichten
Neem wat rust
Om uwer zelf te doen leven

(ik ben gaan slapen en er later weer voor gaan zitten)

‘O schoon bloemke
Gij bent daar weder
Ik ben blij uwer zelf weer te zien!
Waar waren we gebleven?
Ik wil vele zaken toedichten
Maar ik ben mijn draadje even kwijt

‘O schoon bloemke
Het leven lacht uwer zelf alras toe
Dat wilde ik even zeggen
Voordat u dad’lijk uwer ogen weer sluit
Uw bloemke gaat straks open
Als de Liefde uwer zelf zal omringen

‘O schoon bloemke
De Liefde zal uwer zelf doen leven
Stralen. Juichen en al dat moois meer
Houd voor nu uwer kopke positief
Zodat alle die mooie zaken tot uwer zelf kunnen komen
En dat uwer bloemke immer gevoed zal blijven!

‘O schoon bloemke
Liefde is alles wat is. Zeker!
Uwer ziel verschraalt zonder Liefde
Doch Liefde ligt in het verschiet
Een waar aards genoegen
Vertreuzelt gij dan ook niet?

‘O schoon bloemke
Ik rond dit dichtwerk nu af
Ik sta naast uwer zelf
Om uwer zelf te doen helpen
Troosten en begeleiden
Met mijn mooie woorden

‘O schoon bloemke
Sta mij toe als ziel in uwer bestaan
Ik ga waar gij zult schrijden
Uw bloemke gaat ontluiken
Ik zal uwer zelf daarin begeleiden
Zodat gij het pad van Liefde kunt lopen

‘O schoon bloemke
Zorg goed voor uwer zelf
Gij komt vele zaken tekort
Karig in het leven, met Liefde
Maar niet met aardse zaken
De kentering is gaande. Voelt gij deze al?

‘O schoon bloemke
Gij zult zoveel gelukkiger zijn
Spullen zijn geen Liefde
Dat is pas een schrale troost
Voor al hetgeen gij heeft doen missen
Zal u weldra toch gaan leven

‘O schoon bloemke
Het leven lacht uwer zelf toe
Ik kan niet stoppen met dichten
Want Bartholomeus is nooit moe!
Voordat gij weer gaat wenen
Neem ik toch even mijn zielebenen!!!

‘O schoon bloemke
Ziet uwer knop der bloemen
Te wateren, voeden en te verzorgen
Laat deze niet verdorren
Eer de tijd van de Liefde aanbreekt
Liefde is alles wat is. In uwer geval zal zijn

‘O schoon bloemke
Dat wilde ik uwer zelf komen zeggen
Uit Liefde van de kosmos
Als spreekbuis voor hen
Begeleid ik uwer zelf mede
In Liefde staan we om uwer zelf heen

‘O schoon bloemke
Ik wil uwer zelf nog zeggen, op den valreep
Alles komt goed!!!
Vertrouw op het universum
Zeg ik uwer zelf van ziel tot ziel
Vertrouwen is ook alles wat is! Geef ik uwer zelf hier mede mee

Liefdevolle groet, uwer hofdichter, Bartholomeus Ragout

In Liefde, met Liefde, voor de Liefde opgeschreven door B Engeltje (Irmgard)